Afregelen van projectoren en flat panels

Op 24 oktober kreeg ik de kans om een cursus te volgen via het Wevac over het afregelen van projectoren en flat panels.  Het Wevac is de provinciale West-Vlaamse Vereniging van Amateurcineasten.  Sinds de CvB (Centrum voor Beeldexpressie) fotografie en film naar elkaar toe wil brengen, staan een aantal activiteiten voor beide disciplines open.  De cursus rond beeldcalibratie viel hier ook onder.  Alhoewel de zaal overwegend gevuld was met cineasten, was de inhoud ook interessant voor wie met stilstaande beelden bezig is.  Een aantal zaken kwamen reeds aan bod in een vorig artikel.

De lesgever van dienst was Bruno Verhenne.  Bruno heeft meer dan 14 jaar ervaring in beeldprojectie.  Hij werkte mee aan de ontwikkeling van de  DLP-projectoren van Barco.  Intussen staat hij aan het hoofd van de firma PICCS (Professional and Independant Consulting and Calibration Service), gespecialiseerd in opleiding en advies binnen het audio en video gebeuren.

Waarom moeten we afregelen?  De fabrikanten stellen hun toestel bewust verkeerd in.  Door het contrast te verhogen, een verkeerde kleurtemperatuur te gebruiken en de lamp op maximaal vermogen te laten draaien heeft de consument namelijk de indruk dat het toestel zeer heldere beelden vertoont en er echt uitspringt boven de andere toestellen.  Wanneer we een winkel binnenstappen om bijvoorbeeld een LCD-TV te kopen, dan stappen we naar de muur waar de verschillende merken en types naast elkaar staan te spelen.  Onderzoeken hebben bewezen dat de eerste seconden bepalend zijn bij de keuze van een toestel.  Raad eens welk toestel wordt gekozen, inderdaad: het toestel dat de helderste beelden toont  Intussen zijn we allemaal zo gewoon geraakt om te kijken naar die slecht afgestelde schermen dat we niet beseffen wat we missen aan details wanneer we ons scherm wel goed afregelen.

Binnen onze club ontstaat regelmatig de discussie over welke beeldverhouding we nu best kiezen 4:3 of 16:9.  Onze vrienden cineasten hebben het nog veel moeilijker.  Binnen de filmwereld bestaan er zoveel formaten dat je er gek van wordt.

  • 1.33 (4:3) is de TV standaard.
  • 1.78 (16:9) is de High Definition standaard.
  • 1.66 is de verhouding waarin alle Disney films worden gemaakt.
  • 1.85 is de verhouding waarin de meeste budget films worden gemaakt.
  • 2.35 (70 mm) is het formaat waarop de kaskrakers worden uitgebracht.
  • 2.7 is de verhouding waarin de film Ben Hur werd gemaakt!

Dit zijn een aantal voorbeelden van formaten van beeldsignalen.  Dit is niet altijd gelijk aan het  beeldformaat.  Een Letterbox is bijvoorbeeld een 4:3 signaal waarbij een 16:9 beeld wordt doorgestuurd.  Kan je nog volgen?

Wanneer de juiste verhoudingen staan ingesteld, kunnen we beginnen aan de calibratie.  Als (digitale) fotografen hebben wij het geluk dat we steeds vanaf computer werken.  Hierdoor kan de computer heel wat werk van ons overnemen. Aangezien de cineasten hun resultaat naar DVD branden moet de calibratie gebeuren door de instellingen van het toestel aan te passen.  Hiervoor gebruiken ze testbeelden.  Deze beelden zijn afkomstig van een DVD of BlueRay disk.  De instellingen gebeuren op het zicht.  Een kapitaalkrachtige cineast gebruikt een beeldgenerator en een meettoestel.  Op die manier gebeurt het meten objectiever.  De instellingen moeten echter altijd manueel worden doorgevoerd op het toestel.

We beginnen met het instellen van het zwart niveau.  Deze instelling zorgt ervoor dat alle details in de schaduwen zichtbaar worden.  We moeten het zwart niveau van het signaal (het beeldmateriaal) laten overeenstemmen met het zwart niveau van de projector.  Na afregeling mag je geen onderscheid meer zien tussen de plaatsen op onze doek waar een zwart signaal wordt geprojecteerd en de plaatsen waar geen beeld wordt geprojecteerd.  Deze instelling gebeurt via de helderheid.

Een tweede afregeling is het wit niveau.  Deze instelling zorgt ervoor dat we details zien in wolken en trouwjurken.  Dit gebeurt door de juiste keuze van contrast.  Bij de meeste toestellen staat het contrast veel te hoog.  Hierdoor krijg je een gevoel van heldere beelden.  Contrast naar beneden halen is altijd ten koste van licht opbrengst.  Maar in ruil hiervoor krijg je meer detail in de heldere beeldpartijen.

De volgende afregeling is de kleurverzadiging (saturatie).  Een juiste instelling zorgt ervoor dat de mensen er gezond uitzien en dat het gras er groen uitziet.  De saturatie bepaalt de kracht van kleuren ten opzichte van de kracht van het witte licht van de projectoren.  Een aantal projectoren (o.a. Sony) wijken zo erg af van natuurlijke kleuren dat ze eerder bestemd zijn voor ‘CandyWorld’.  Dit zijn projectoren die enkel geschikt zijn om tekenfilms mee af te spelen.

Voor de afregeling van de saturatie heb je een blauw brilletje nodig.  Deze brilletjes zitten meestal bij de DVD waarop je  de testbeelden vindt.   De afregeling gebeurt door verschillende vakjes met elkaar te vergelijken.

Afhankelijk van de mogelijkheden van het toestel kunnen we nu nog verder gaan met het afregelen van alle primaire kleuren.

Vervolgens moet nog de kleurtemperatuur ingesteld worden.  Cineasten gebruiken meestal 6500° K.  Een aantel merken stellen hun toestellen veel te koud af.  Een blauwe kleur geeft namelijk het gevoel van zuiver wit: denk maar aan de reclames voor waspoeder.  Pioneer werkte vroeger uitsluitend op 9000°K.

Ten slotte moeten we nog de gamma afregelen.  Met deze instelling geven we voldoende dynamiek aan ons beeld.  De gamma bepaalt het gedrag tussen zwart en wit.  Dit gedrag is nooit lineair, vandaar dat een gamma-curve dit gedrag moet lineariseren.

Bruno bracht deze materie boeiend aan.  Na de uiteenzetting was er gelegenheid om vragen te stellen.  Hieruit bleek dat afregeling en calibratie een vrij complex onderwerp is.

club foto's

© 2017 Studio1 Brugge. Alle rechten voorbehouden. Webmaster Dany